Historie TVS

Turnvereniging Santpoort historie

de-zandpoort

TURNVERENING ‘SANTPOORT’

Pionierswerk (1925-1965)

De periode 1925-1955 bestempelen we als prehistorie, immers, er is nauwelijks iets geboekstaafd en de hoofdrolspelers van weleer acteren niet (of nauwelijks) meer in ons ondermaans bestaan. We moeten derhalve putten uit de gesprekken die wij in december 1983 voerden (tijdens een gala-avond) met partijbaronn(ess)en, leden dus van het eerste uur.

Het vermelden van namen is een heikele zaak. Waarom hij en zij niet? Is een bestuurder belangrijker dan een vrijwilliger die zich jarenlang het schompes heeft gewerkt.  Moet je een succesvolle trainer voor het voetlicht brengen en de juf die jarenlang met hart en ziel de kleuterlessen heeft verzorgd,negeren?

Kortom: het is niet zonder rafels.

Wat aan deze zijde van de spoorlijn waarheid is, is aan gene zijde dwaling. Ruim negentig jaar is een respectabele leeftijd. In de turnwereld echter wordt TVS, Turnvereniging Santpoort , opgericht 17 december 1925 nog niet met de egards van een emeritus ontvangen. De KNGB (Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond) telt onder haar leden menig eeuweling die nog de bekoorlijke uitstraling van de Olympische kampioene Sanne Wevers bezit. De Haarlemse gymnastiekvereniging BATO bijvoorbeeld vierde in 1996 haar honderdjarig bestaan, de KNGB is in 1868 (als KNGV) opgericht en de oudste sportbond van Nederland.

Terug naar ons geliefde en rustieke Santpoort.
Het wel en wee van de vroege historie van TVS heeft de auteur ook vernomen uit de tweede hand,  een hand overigens die normaliter zijn echtelijke sponde deelt (terzijde: het celibatair bestaan van ondergetekende eindigde in 1971 waarbij TVS  als medium optrad).

Een krachtige stimulans bleek de opheffing van de gymlessen op de scholen door de gemeente. TVS begon met 65 leden. Bij het 10-jarig bestaan konden alle leden nog op één foto. Het was de tijd dat gymnastiek gold om de volksweerstand te verhogen.  TVS gebruikte in de periode 1925-1966 uitsluitend de gymzaal van school F, de latere Adolf van Nassau school, thans de Bosbeekschool. 

Men beoefende de turnsport in de jaren 1925-1960 naar het KNGV-adagium Mens sana in corpore sano (een gezonde ziel in een gezond lichaam). Naast (heren)turnen en jeugdgymnastiek konden de dames zich uitleven tijdens de ritmische gymnastiek (met hoepel en knotsen) die muzikaal omlijst werd door een pianist.

Andere tijden, andere zeden.
De jeugdleden moesten tot ca. 1960 voor een vaardigheidsproef het bondslied kunnen opzeggen/ zingen (*).  Het typeert de heersende denktrant in dat tijdsgewricht.

(*)           Bondslied van het KNGV

Geen zang klinkt zo schoon en geen toon wordt gehoord,

Die meer ons begeestert, die meer ons bekoort,

Geen lied klinkt zo krachtvol, zo innig gemeend,

Als het lied der gymnasten, als broeders vereend,

……….. enz.

 

Een diamantje voor een lofredenaar van het verleden.

Tweemaal per jaar gaven de leden een uitvoering in de buitenlucht en later in de zaal van Zomerlust.

Alle leden, van jong tot oud liepen door het dorp achter de vaandeldrager. De organisatie was een  zware bevalling. In die jaren moesten de vele toestellen (brug, rek, piano, loodzware kokosmatten, (turn)paard) vervoerd  worden met paard en wagen van de gymzaal naar (o.a.) het terrein van Terrasvogels.

Namen uit het (verre) verleden?

Gerrit Hop  (33 jaar voorzitter, zijn broer J. Hop was destijds vice-voorzitter van het KNGV),

Fam. Vogel (ere-voorzitter Joop bekleedde decennia lang vele bestuursfuncties), Arie Volmer (30 jaar secretaris, zijn opvolger was zijn zoon Joop die 14 jaar lang die betrekking bekleedde). Piet Gaasbeek, jarenlang voorturner en “tante” Toos-Mosmans-de Jonge die altijd bereid was in te vallen als een leider onverhoopt verhinderd was.

De leiding bestond tot ca. 1960 uit één persoon, de technisch directeur.  De laatste was Henk Bruns, een stoïcijns figuur die aanvankelijk wat stug overkwam maar naast een bekwaam en allround turnleider ook een geliefd en beminnelijk mens bleek te zijn.  Hij kwam in de jaren vijftig van de vorige eeuw jammerlijk om het leven bij een verkeersongeluk.

Het einde van deze periode wordt gekenmerkt door onze organisatie van de Bondswandeldag van het KNGV (eind jaren zestig). Wij hadden een optimistische schatting gemaakt van het aantal deelnemers: 700. Het werden er 1200 !, een absoluut record.

Het hechte bolwerk van tradities begon te kraken

Kentering (1965-1985)

De tweede feministische golf, opkomend in de jaren zestig van de vorige eeuw, overspoelde ook TVS Het (bestuurlijke) mannenbolwerk verdween achter de golftoppen. De dames Tineke Flooren, Elly Groot, Riena Janning, Ank de Hoog, Rinske Smit en Joke Schriever werden de nieuwe roergangers die met gedrevenheid en noeste arbeid de vereniging tot nieuwe bloei brachten.  En last but not least: Netty Babeliosky die voor invallers zorgde bij calamiteiten.

Nieuwe dames, nieuwe wetten.

Zij wisten de bakens tijdig te verzetten, ook in sportief opzicht. Door de vermeerdering van het aantal gymzalen (1963: 1, 1980: 6, o.a. de Waterloozaal in Driehuis, gebouwd 1966) kon T.V.S vele nieuwe vreugdevolle bewegingsvormen aanbieden zoals blijffitgym, moeder- en peutergym, volksdansen, recreatief volleybal, jazzdans. Dit laatste onderdeel bleek een vangnet voor vele bakvisjes.

Maar niets is wispelturiger dan de massa. Een oude bewegingsvorm trekt soms weer nieuw publiek als je er een modieuze naam aanhangt.  Pilates is “hot” momenteel (2016) maar verschilt weinig van fitness dat weer een elegantere benaming was dan blijf fit.

Ook de traditie van één leider bij T.V.S liep op ’t laatst der dagen. De rekrutering van nieuwe leiding leverde een jonge lichting op: Melda Wals-Dekker, Marijke Pans-van Heijnsbergen, Monique Schriever, Pita Heeremans, Dunja Schaap, Mien van de Werf, ……….

De recreatiesport bloeide en hoe paradoxaal het ook moge klinken: uit deze gelederen ontstond een ploeg volleyballers, een dreamteam, dat op nationaal niveau excelleerde. Zij wonnen goud op de nationale kampioenschappen recreatievolleybal van het KNGV (Utrecht 1978).

Vele jeugdleden (en senioren!) hebben een onvergetelijk herinnering aan het (toen nog onbedorven) folkloristische kinderfeest op 5 december. Een Sint in vol ornaat, Pieten zo zwart als roet, en lenig van lijf en leden (*).

(*)           De bakermat van dit spectaculaire feest was de Waterloozaal in Driehuis. De zaal met zijn platte dak en vele turntoestellen leende zich uitstekend voor de spectaculaire capriolen van de Pieten die verdacht veel gelijkenis vertoonden met onze trainers van de keurploeg Jan Hoogmoed en Hans ter Metz. De opening was al adembenemend: de Pieten hingen aan de dakgoot (zichtbaar voor de kinderen terwijl Sinterklaas in de zaal naarstig op zoek was naar zijn knechten).

Wij, bestuurders, hadden het probleemloos in die jaren. De verstikkende discussie rondom de zwarte Pieten was nog niet actueel in de 20e eeuw.

In één opzicht liepen we voor de fanfare uit. Ons (jonge) bestuurslid Maarten Wispelwey introduceerde in 2002 een gele Piet, de kanariepiet. De Sint (volgens velen Han Wispelwey) bestempelde de kleurling als het zwarte schaap in zijn familie. De vele festijnen waren spannend, bruisend en van verrassende originaliteit, voor kinderen en volwassenen.

 Nieuwe ommekeer (1980-2000)

Bestuurders komen en gaan geldt ook voor degenen die meer dan één of twee decennia lang de schout en schepenen van de vereniging vormden. De nieuwe voorzitster, Joke Heeremans, was      gepokt, gemazeld en gelauwerd door het KNGV. Zij werd bijgestaan door Ernst Pans (secretaris), penningmeester Ed Henfling, Aad Wittebrood (contributie-administrateur) en Truus Simmer  (manusje-van-alles en daardoor onmisbaar). In 1990 werd Ans Rolvink de nieuwe preses. De bordjes werden verhangen.  Het (oubollige) clubblad, het TVS-Nieuws, werd voorzien van een nieuw jasje en nieuwe rubrieken, de redactie kwam in handen van  Anne Storm.  De omslagen werden weer zelf ter hand genomen, waardoor de advertentie inkomsten bij de club terecht kwamen. Enkele (langdurig) onrendabele les-

uren werden opgeheven. Maar ingrijpender was een nieuw beleid.

Een bestuursfilosofie is nu eenmaal aan erosie onderhevig. Bovendien, als trendwatcher moet je voortdurend alert zijn of een “new look” al weer “out of date” is.  De talrijke gymnastiekverenigingen
in onze gemeente (TVY, GV Velsen, SBY, Fit, Wijkeroog) boden inmiddels vele recreatieve lesuren aan, dat zich in een “hot” marktsegment bevond. Wij beseften dat het met de wedstrijd turnsport in onze regio droevig gesteld was. Begin jaren tachtig werden de uren voor de keurploegen turnen drastisch uitgebreid. Bovendien ontstond een demonstratieploeg jazzdans die geregeld optrad o.a. tijdens modeshows van de bekende sportzaak Sport&Mode uit IJmuiden.

Terzijde, op het topturnen in de tijd van de Sovjet-Unie (met zijn vazalstaten) schreef de toenmalige TVS secretaris een kritisch artikel in het Turnblad (oktober 1983), het officiële orgaan van de KNGV. (*). Ziehier een ingekorte versie van dit opstel.

(*)           Turnen, de parel der sporten?

In 1967, als toeschouwer aanwezig bij de Europese Kampioenschappen dames te Amsterdam, bevroedde ik nog niet aan de bakermat te staan van een tomeloze ontwikkeling, waarvan tot op heden een aanzet tot beteugeling nauwelijks ingezet is.

Genoten heb ik destijds van de schoonheden in knop als Koutschskaia en Drouginina die met hun elan, virtuositeit en ongekunsteldheid de turnwereld voor zich innamen.

Gaandeweg verdwenen dit soort tere broosheden met hun sierlijke lichamen van de internationale podia. Aan de kim verschenen, naast de volwassen Nelli Kim een heerleger van knokige dwergen die gestaald door despotische trainingsmethoden en andere weinig oorbare werkwijzen, een succesvolle greep naar de hegemonie ondernamen om met dezelfde snelheid als hun kamikaze-achtige sprongen weer van het wereldtoneel te verdwijnen.

Is het een verwerpelijke nostalgie de Russin Latynina te memoreren, die ondanks de geboorte van twee kinderen, op 30-jarige leeftijd weer terugkeerde tot de wereldtop? Trouwens was “onze” Ria van Velsen niet op nationaal niveau haar evenknie?

De WK (1983) te Boedapest (die ik aldaar zal aanschouwen) moet als zodanige blikvanger dienen dat er wervingskracht vanuit gaat naar de basis (de verenigingen dus).

Wat een terugloop van het ledental betreft klampt het Verbond zich nu vast aan de zich spontaan, jeugdig, sexy en dynamisch voelende zuurstof happende volksstammen die thans de gymzalen in aerobic-dance studio’s transformeren.  Of dit de populatie is die ons ledental op den duur zal vermeerderen of waarin toekomstig bestuurs- en technisch kader gerekruteerd kan worden, acht ik uiterst twijfelachtig.

Maar, geen rozen zonder doornen. Wie alles prijst, prijst niets. Niet alles liep door een gootje.

De invoering van Moderne Ritmische Gymnastiek (thans: Ritmische Sportgymnastiek) mislukte ondanks dat we Suzanne Knip, de Nederlandse kampioene als leidster wisten te strikken. Ook een met veel bombarie geïnstalleerde jeugdraad (1996) zakte na enkele bijeenkomsten in als een soufflé (overigens: twee van deze jeugdleden, zijn anno 2016, zeer gewaardeerde bestuursleden!).

In 1985 vond het 60-jarig jubileum plaats. We kozen voor verschillende activiteiten, voor alle leden o.a. een familiedag in sporthal IJmuiden-oost met medewerking van het KNGV-ROT-team (ROT = Recreatie Ontspanningsteam). Een grandioos succes. Echte ,een feestavond in de zaal van Soli flopte.

Ook in het teken van het 60-jarig bestaan stond de organisatie van het Nederlands Kampioenschap (NK) herenturnen. Niet zomaar een evenement, wij bestuurders, in het zenit van onze potentie, zouden “onze” NK doen uitgroeien als de “de eerste onder zijns gelijken”.  Met sponsorgelden wilden weeen internationaal befaamde turner laten komen.

In die periode steeg de ster van de Franse turnkampioen, (en vice-wereldkampioen aan het rek), Laurent Barbieri, naar grote hoogte. We kregen hem persoonlijk aan de lijn. Voor 1000 pieken + reiskosten en kost- en inwoning wilde de charmeur wel komen opdraven. En … de bloemetjes buiten zetten. Hij arriveerde vrijdagmiddag, dineerde in restaurant Brederode (sponsor!) en gaf zich vrijdagavond tot het gloren van de dag over aan allerlei uitspattingen in Amsterdam. Gelukkig arriveerde hij op slag van elven in de sporthal, stal de show en reisde maandag vroeg af, achterlatende een onthutst en moegestreden organisatieteam.

De gelouterde Barbieri ontmoetten wij nadien nog vele malen. Na zijn turncarrière werd hij nationaal trainer, overigens weinig succesvol. Eind jaren tachtig trouwde de behaagzieke Fransman met een miljonaire …

Van meet af aan hadden wij Barbieri kenbaar gemaakt geporteerd te zijn voor een stage in Montceau-les-Mines, het Franse nationale centrum voor herenturnen (Le centre nationale d’entraïnement de haut niveau et de formation de cadres de gymnastique). Er moest nog heel wat water door Saône-et-Loire stromen, eer dat gebeurde. Ook nadat de nationaal trainer, de charismatische monsieur Sniezek en “Le Responsable Administratif du Centre National” , de koeterwalende, monsieur Gronfier hun fiat hadden gegeven moesten er nog vele barrières genomen worden alvorens wij de Maginotlinie konden overschrijden om de 900 km Velsen – Montceau te effectueren.  Als het organisatie trio (Frans Dammers, Liesbeth Mulder en Ernst Pans) wolven en beren op hun weg zagen wist het drietal de obstakels te omzeilen indachtig de legendarische uitspraak van Gronfier als er problemen rezen, “on s’arrangera”.

Viermaal (in de periode 1987-1990) bezochten we, tijdens de zomervakantie) dit paradijselijk gebied met ca. 25 regionale en nationale turn(st)ers en trampolinespringers.

We konden onze tenten opslaan op een fraai gazon, gelegen naast het gebouwencomplex waar (buiten de zomervakantie) circa 25 (Franse) topturners verbleven. Wij beschikten over één appartement met een keukentje, W.C  en douche. Op steenworp afstand staat een reusachtige turnhal met drie vloeren voor de vrije oefening, drie tumblingbanen, ingebouwde trampolines en alle bekende turntoestellen van superbe kwaliteit.  Een openbaring voor ons was de springkuil (valkuil) (*) van onmetelijke uitgestrektheid en peilloze diepte. De turnhal beschikte over vele douches en toiletten, er was zelfs een inpandige sauna die we konden gebruiken. Trouwens, in vele opzichten werden we in de watten gelegd, zo hadden wij gratis toegang tot het nabij gelegen Olympisch zwembad en het aangrenzende meer, het heilige der heiligen van de regionale visclub mocht door ons geschonken worden met de surfplanken.

                (*)           Springkuil (valkuil)

Een springkuil is een met schuimrubber blokken gevulde kuil  voor het veilig aanleren van turnonderdelen. Zo kan de turner aan de rekstok die boven de kuil is aangebracht moeilijke vluchtelementen  (bijv. de “Kovacs”) aanleren zonder blessures op te lopen als hij misgrijpt. Voor 1987 telde Nederland slechts twee springkuilen, een vrij ondiepe, niet geschikt voor topsport, in het KNGV-centrum te Beekbergen en een in het nationaal sportcentrum te Papendal voor  onze (top) turn(st)ers.

Beide zijn (of waren?) niet te vergelijken met het voortreffelijke exemplaar in Montceau waar alle technische know-how van de laatste 25 jaar in verwerkt was. Door de kennismaking van het turnen in Frankrijk werd de basis gelegd voor een verrijzenis  van een bijzondere gymzaal in Velserbroek.

Onze voorvaderen wisten het al: men moet het ijzer smeden als het heet is.

In het centrum van drie basisscholen van verschillende signatuur in Velserbroek zou een gymzaal gebouwd worden.  In een nieuwe wijk, een paradepaardje van de gemeente, zijn er veelal mogelijkheden die elders niet van de grond komen.  Als je dan de deur plat loopt bij de gemeentelijke gezagdragers om plannen te verwezenlijken krijg je een voet tussen de deur.  Ons ontwerp van een springkuil aan de kopse kant van gymzaal De Weid werd overgenomen (en verbeterd) door de gemeentelijke dienst voor Sport&Recreatie. Ook een kantine werd gerealiseerd in het gebouw. Een landelijk unicum.  De opening (1989) was een luisterrijke show van turnen en jazzballet.

Een sponsoractie tenslotte bracht genoeg geld op om een tumblingbaan te schaffen van het gerenommeerde Franse merk Nouensport. Vele jaren hebben onze trainers Jan en Louise Hoogmoed en Hans ter Metz de springkuil gebruikt om de prestaties te verbeteren.  In 1996 konden we de kroon op het werk zetten: de herenteams van T.V.S (junioren en senioren) werden Nederlands kampioen in 1996.

Nadat TVS over meerdere leid(st)ers beschikte ontstond de behoefte tot een nadere kennismaking, onderling en met het bestuur. De docenten, die optraden als zelfstandig technisch leiders, kenden elkaar nauwelijks, zij gaven les op verschillende uren, dagen en in diverse zalen.

O tijden, o zeden!

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, toen creativiteit nog in de schemerzone verkeerde, koos men nog voor een pretentieloos evenement, men tafelde bij een Chinees, leiding op kosten van het bestuur, partners dienden zelf te betalen (1969).

In de jaren ’70 vond een kentering plaats. De loempia werd vervangen door een bitterballetje op de bowlingbaan. We hebben wat afgekegeld in die jaren. In latere decennia ging het veel heftiger toe. Onvergetelijk was het optreden van declamator Han Wispelwey, Neptunus Georg Schulte en de beeldschone sirene Olga van Steenwijk. Tijdens de midzomernacht van 1996 verhief het trio zich majestueus uit de zee waar de wit gekamde golven in gesloten gelederen het strand beukten.

Uiteindelijk leidde de voordrachtskunstenaar ons, in strandpaviljoen de Kim, met veel flair door het Groot Bestuurlijk Dictee dat vele bestuurders een minderwaardigheidscomplex bezorgde ter grootte van een omelet Sibérienne. 

Met de topturners kun je naar de lokale pers een goede sier maken, maar de ruggengraat van je vereniging is het koor der recreanten. Ook voor deze koristen moet de vereniging meer kunnen bieden dan een enkel gymuurtje.  De kleutermiddagen en de zeskamp wedstrijden werden druk bezocht en waren origineel van opzet.

De KNGV-zomerkampen in Beekbergen waren ooit een groot succes. Dit evenement, dat kort na de Tweede Wereldoorlog ontstond, werd door TVS in de jaren zestig stopgezet wegens een tekort aan (vrijwillige) leiding.  In 1984 waren Pita Heeremans, Diana Kouwenhoven en Marijke Pans bereid deze kar te trekken. Zij vertrokken met 26 kinderen in de leeftijdsgroepen 8-11 jaar, 12-14 jaar en > 14 jaar naar het tentenkamp op de Veluwe waar de jeugd kon uitrazen.

De 21e eeuw.

 Men beweert dat men oude bomen niet moet verplaatsen. Blijven doet immers beklijven. 

Maar ook geldt: wie vrijt (met TVS) die slijt en nieuwe aanplant is verfrissend. De bestuurlijke etat-major van de twee laatste decennia van de 20e eeuw raakte vermoeid van de lieftallige maar ook veeleisende TVS en vertrok, niet met de stille trom, ook niet met de noorderzon. Een bloedstollend mooi afscheid viel velen ten deel.  Zij zijn inmiddels bijgezet in het mausoleum van de bestuurscoryfeeën.

Gelukkig was er geen sprake van een bestuurlijke castratie.

Penningmeester Jos van Berkel werd de nieuwe voorzitter, de Santpoortenaar was ook op andere terreinen van TVS een man van grote verdienste geweest, zo was hij lange tijd de onbetaalde volleybaltrainer van het “dreamteam”.  Peter van der Heide werd de nieuwe thesaurier. Hij was weliswaar een nieuwkomer maar had elders een grote bestuurlijke ervaring opgedaan en bezat een tomeloze energie. Albertine Gouda, gepokt en gemazeld in de club, beheerde het secretariaat en had de weinig benijdenswaardige taak een invaller te zoeken als een leid(st)er door ziekte geveld was.

Onze adolescenten van de vorige eeuw, Jeroen Oomen, Ronald Wessel  en Maarten Wispelwey verlieten ons vredig Santpoort om zich te vestigen als hoofdonderwijzer in Amsterdam, als orthopedisch chirurg in Utrecht en als archeoloog in Amersfoort.  C’est la vie ! Het drietal grossierde in talrijke verrassende evenementen.

Of zij zich een blauwtje liepen om ons bestuurslid Ellen Schulte te behagen weten we niet. Sindsdien echter werd de Velserbroekse, die de ledenadministratie beheerde, betiteld als de “Blauwe Engel”.

Het bestuur werd bijgestaan door enkele trouwe medewerkers.  Aad en Diny Wittebrood, Cor  en Christa van Vliet hebben ongelooflijk veel tijd gestoken in het beheer van de kantine.

Het verenigingsleven is als eb en vloed.

Na 25 jaar hingen onze trainers van de wedstrijdploeg de turnleertjes aan de rekstok. De vereniging slaagde er niet in kundige opvolgers te vinden. Je moet ook een innige liefdesband met de turnsport hebben om dit (technisch) moeilijke (en verantwoordelijk) vak, waar je nog geen grijpstuiver mee verdient, uit te oefenen.  Het bleek de doodsteek voor onze wedstrijdploeg. Na iedere berg komt een dal en na iedere vallei weer een berg, ook als je het huisje bij het schuurtje moet laten.

Een hoogtepunt was het 75-jarig bestaan van T.V.S (2000) in sporthal IJmuiden-oost. Een grandioze happening door en voor de leden. Een magnifiek gebeuren omdat de deelnemers recreanten waren in de leeftijd van 3 tot 70 jaar.  Alle hulde voor Peter van der Heide, de initiator en de vele medewerkers.

Ledenaantallen:

1935:     65           (alle leden konden bij het 10-jarig bestaan nog op één foto)

1963:     300         (alle lessen werden gegeven in de gymzaal van de Bosbeekschool)

1968:     500         (de nieuwe Waterloozaal trok veel leden uit Driehuis/ Velsen)

1978:     850         (we kregen de beschikking over meerdere zalen)

1983:     775         (het aantrekken van nieuwe technische leiding vormde een probleem)

1990:     1000       (het hoogtepunt, vooral te danken aan de enorme toeloop van leden in Velserbroek

2016:     360         (de terugloop is deels te verklaren door een enorme vermindering van jeugdleden in Velserbroek      

Vroeger, toen dalen nog kuilen waren was het bestieren van een sportvereniging eenvoudige kost.

De werkzaamheden waren in een hap en een snap gedaan. De bordjes zijn echter verhangen. Als je het besturen in haar volle breedte wilt uitoefenen heb je de laatste 25 jaar te maken met talrijke instanties, wetten en voorschriften.

De gemeentelijke dienst voor Sport & Recreatie is de beheerder van de gemeentelijke gymzalen en regelt en beoordeelt de subsidie aanvragen. Voor de huur van zalen van het bijzonder onderwijs dien je je te wenden tot de schoolbesturen.

In Hoofddorp vonden dikwijls de jaarvergadering plaats van Turnkring Noord-Holland-Zuid en aldaar zetelde de coördinator opleiding en cursusleiding. Vanaf ca. 1990 werd bijscholing verplicht voor turnleiders. Juni en november waren de maanden van de bondsvergaderingen van de KNGB in Beekbergen. Massale bijeenkomsten waar eertijds het bondslied “Vrank, Vrij, Vroom en Vroed” uit honderden kelen klonk alvorens de afgevaardigden elkaar naar de keel vlogen. Ook behoorde je je actief op te stellen in de VSS, de Velser Sport Stichting, het overkoepeld orgaan van de Velsense sportverenigingen.  De district wedstrijden werden georganiseerd door de KTK, de Kennemer Turnkring waar je ook niet weg kwam door uitsluitend de presentielijst te tekenen.  

Ook de werkzaamheden van een penningmeester zijn drastisch uitgebreid. Vroeger, in de tijd van slijtvaste soberheid, diende de schatbewaarder de tering naar de nering te zetten en was een begroting opstellen zijn of haar profielwerkstuk. Thans heb je te maken met een niets ontziende belastingdienst en een lastige bedrijfsvereniging. Als penningmeester dien je goed thuis te zijn in de sociale wetgeving. Kortom: deze bestuurder moet door de mazen van de wet kunnen kruipen.

Zowel in vette als magere jaren heeft de vereniging altijd grote medewerking gehad van regionale neringdoenden: Henk Cornegge (drukwerk, “Huis aan Huis”), fam. Hop (advertenties), Aris Schutte (fotografie) en Frits de Vries (Sport&Mode).

TVS en Santpoort, het zijn al bijna 10 jaar Siamese broeders.

Ernst Pans,